Wanneer kun je gebruik maken van EMDR?

Na een nare schokkende, pijnlijke of beangstigende gebeurtenis kun je last hebben van beelden, gedachtes en gevoelens, die je dagelijks leven te veel beïnvloeden. 

Je ‘loopt vast’, je voelt je anders, je denkt anders over jezelf en je omgeving en je past je gedrag aan. 

Het kan zijn dat je sneller boos of verdrietig bent of situaties uit de weg gaat. Het kan zijn dat de nare gebeurtenis ervoor zorgt dat je steeds opnieuw angstige beelden of gedachten hebt, of dat je last hebt van concentratie- en slaapproblemen. 

Soms realiseer jij je niet dat deze veranderingen te maken hebben met een eerdere nare gebeurtenis. Soms merkt vooral je omgeving dat je anders reageert. 

EMDR is dan een goede interventie als onderdeel van een behandeling om je van deze klachten af te helpen.

Klachten kunnen o.a. zijn: 

  • Nare herinneringen aan de gebeurtenis.
  • Vermijden van die situatie die te maken heeft met de nare gebeurtenis. 
  • Slecht slapen.
  • Slecht concentreren.
  • Waakzaam, hoog alert blijven, je heel onrustig voelen in je lijf. 
  • Sneller geïrriteerd. Snel huilen en snel boos worden, uit balans voelen.  
  • Somber voelen. 
  • Misselijkheid. 
  • Minder zin om iets te ondernemen
  • Gespannenheid voelen in je lijf
  • Schuld- schaamtegevoelens.
  • Herbelevingen, overdag en in de nacht. 
  • Afgevlakte gevoelens.
  • Je machteloos/hulpeloos voelen over de nare gebeurtenis. 
  • Piekeren. 
  • Vermoeid voelen. 
  • Vervreemding van jezelf en/of anderen. 
  • Zorgen maken over toekomst.
  • Blijven zoeken naar antwoorden.
  • Laag zelfvertrouwen.

Welke gebeurtenissen kunnen leiden tot deze verwerkingsproblemen? 

  • Verschillende verlieservaringen, zoals verlies van je dierbare, ernstige ziekte, verlies van je baan, maar ook bijvoorbeeld verlies van autonomie. 
  • (auto-)ongeval of verwoning. 
  • Overval. 
  • Slachtoffer zijn van mishandelingen. 
  • Getuige zijn van geweld. 
  • (Seksueel-)misbruik, aanranding of verkrachting.
  • Slachtoffer zijn van pesten. 
  • Brand.
  • Rampen/oorlog.  
  • Zelfbeeldproblemen. 
  • Trauma uit de vroege kindertijd. 
  • Preverbaal trauma. (trauma die ontstaan is in de baarmoeder of in de eerste jaren na je geboorte) Denk hierbij ook aan bij adoptie en pleegzorg. 
  • Fobieën en angsten.

Hoe gaat EMDR in zijn werk?

Als therapeut gaan we samen je levensloop in kaart brengen. We gaan informatie verzamelen met daarin alle belangrijke en ingrijpende gebeurtenissen. Vervolgens zien we welke van die ervaring (-en) de meeste emotionele lading heeft. Daar gaan we ‘de EMDR op zetten’. 

Je wordt natuurlijk goed voorbereid in dat proces ‘op de berg’ te zetten. Je krijgt voorlichting en we maken een plan hoe jij je na de EMDR kan ondersteunen c.q. kan afleiden. Vervolgens zal ik vragen om aan die gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens, als een filmfragment. We zetten het beeldfragment stop op het meest nare plaatje. Dat gebeurt in combinatie met een afleidende stimulus. In veel gevallen volg je ‘de vinger’ van de therapeut die voor je ogen heen en weer gaat of door tikjes die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden. Als therapeut maak ik soms ook gebruik van afleidende tikjes op bijvoorbeeld je handen. Tijdens de EMDR zal ik tussendoor vragen welk beeld gedachte of gevoel er naar boven komt. Het EMDR-proces brengt je vaak in een stroom van gedachten, gevoelens, beelden en/of lichamelijke sensaties. 

Met behulp EMDR kan de emotionele lading van een nare gebeurtenis minder worden. Het beeld wordt vager, de spanning is minder of je kunt anders over die gebeurtenis nadenken. 

EMDR kan ook ingezet worden bij hele jonge kinderen. Daar zet je een andere vorm van EMDR in, namelijk ‘storytelling’. Jonge kinderen hebben geen of onvoldoende taal aan wat ze hebben meegemaakt. Vroegkinderlijk trauma kan een gezonde ontwikkeling in de weg staan. Met behulp van ouders/verzorgers ruimen we de nare herinneringen op, om zo de weg vrij te maken voor een gezonde ontwikkeling.

Natuurlijk worden nare herinneringen nooit fijne herinneringen. We eindigen wanneer de meeste spanning eraf is. Het kan zijn dat er meerdere sessies nodig zijn om weer het gevoel te hebben: ‘Ik kan het aan!’ ‘Ik voel mij oké’. En dat je weer meer ruimte in je hoofd hebt om bezig te gaan met de dingen van alledag.

Wil je meer informatie, neem dan contact op.